Loading...

The Global Creativity Index – wat zegt dat eigenlijk?

Creativity index

De Topsector Creatieve Industrie heeft zichzelf ten doel gesteld te zorgen dat Nederland in 2020 de meest creatieve economie van Europa is.” Een goed streven lijkt me. Over die ambities zijn echter nog wel een paar vragen te stellen. Bijvoorbeeld over hoe ze dat gaan meten, over wat ze verstaan onder een ‘creatieve economie’ en over de huidige positie van Nederland ten opzichte van de rest van de Europese economieën.

Global Creativity Index

Op de website van de Creatieve Council, de strategische adviesraad van en voor de creatieve industrie, wordt nadrukkelijk vermeld dat Nederland al in de top 10 staat van de Global Creativity Index (GCI), een onderzoek uitgevoerd door de Martin Prosperity Institute; een instituut verbonden aan de University of Toronto’s Rotman School of Management. Met het CGI meten de onderzoekers de relatieve uitgangspositie van 139 landen voor economische welvaart en duurzame ontwikkeling

Global Creativity Index

Ze doen dat aan de hand van cijfers over de ‘drie T’s’: talent, technologie en tolerantie. Uit verschillende onderzoeken (mede die van Richard Florida, niet toevallig ook betrokken bij dit onderzoek en het instituut), blijken deze factoren een belangrijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van creatieve industrieën. Meer talent, meer technologie en meer tolerantie zorgen voor een betere economisch ontwikkeling.

Lijstjes doen het natuurlijk altijd goed, maar ook hier is het belangrijk te bekijken wat er nu precies gemeten wordt. Een aantal punten zijn volgens mij belangrijk om te beseffen ten aanzien van de wens van de Topsector Creatieve Industrie om in 2020 de meest creatieve industrie van Europa te worden.

Technologie

Een van de zaken die binnen de factor technologie wordt gemeten, is het aantal octrooiaanvragen per hoofd van de bevolking. En hoewel dat één van de manieren om het creative kapitaal van een land te meten, gaat dat wat mij betreft nog uit van het oude denken. Een denken waarin bedrijven veel geld investeringen in nieuwe producten, machines en ontwikkelingen en werken met verdienmodellen waarin octrooien, patenten en eigendomsrechten dé manier zijn om winst te maken; vandaar dat ook de mate waarin landen investeren in R&D wordt gemeten.

Hoewel een deel van de economie inderdaad nog draait op deze manier van ondernemen, zien we in de creatieve economie een steeds sterke stroming waarin het delen van kennis, kunde en ervaringen belangrijker wordt. In een creatieve economie draait het meer om samenwerken, het vormen van netwerken en het gebruik van nieuwe innovatieve verdienmodellen. Of zoals Martijn Stevens het in we moeten eens koffie drinken boek verwoorde: “Het grootste kapitaal van ondernemers in de creatieve industrie zijn niet de machines, het geld en de personeel, maar het sociale en creatieve kapitaal.”

De omslag naar een andere economie en andere verdienmodellen biedt  onderzoekers een nieuwe uitdaging. Waar voorheen naar het aantal octrooien en de investeringen in R&D werd gekeken, moeten ze nu op zoek naar een instrument om op andere manieren de creativiteit van een land (of gebied) te meten.

Talent

Creative class

Een van de zaken waar landen binnen de factor ‘talent’ op kunnen scoren, is de mate waarin de beroepsbevolking tot de creatieve klasse behoort. Nederland scoort hier relatief hoog op, met een percentage van 44%. Op de eerste plaats staat Luxemburg (54%), op nummer twee Bermuda (48%).

Echter, volgens het onderzoek ‘De staat van het MKB’, uitgevoerd door het CBS, behoort maar ongeveer 10% van de bedrijven in Nederland tot de creatieve industrie. En hoewel het percentage mensen die werkzaam zijn in die sector groter zal zijn, blijft het een groot verschil. Een verschil dat verklaard kan worden, door te kijken naar de definities die worden gebruikt. Wanneer de economische meerwaarde van de creatieve industrie wordt beschreven, verwijst men nog vaak naar de eerder aangehaalde Richard Florida. In 2012 schreef hij het beroemde (en in sommige kringen beruchte) boek the rise of the creative class, waarin hij beargumenteerd dat steden en regio’s waar de creatieve klasse in grote mate aanwezig is, een grotere economische groei laten zien. Deze creatieve klasse is echter veel breder gedefinieerd dan de Nederlandse creatieve sector (of industrie): The creative class includes workers in science and technology and engineering; arts, culture, entertainment, and the media; business and management; and education, healthcare, and law.” 

Het verschil in deze twee definities roepen mij vragen op over het begrip ‘creativiteit’. Wanneer een Topsector Creatieve Industrie stelt dat Nederland de meeste creatieve economie van Europa moet worden, naar welk soort creativiteit verwijst zij dan? En hoe breed moeten we creativiteit hierin opvatten?

Global educational attainment

Het tweede gebied waar landen binnen de factor talent op kunnen scoren is het opleidingsniveau van haar inwoners. In dit onderzoek wordt gekeken naar de onderwijslagen die een ISCED rating hebben van vijf of meer. Voor die onderwijslagen wordt de zogenaamde ‘gross tertiary enrollment ratio’ berekend. Daarin wordt gekeken naar het aantal jongeren die bij een onderwijsinstelling zijn ingeschreven, gedeeld wordt door het aantal jongeren die gezien hun leeftijd ingeschreven zouden moeten zijn.

Ook dat is een interessanter factor om nader te onderzoeken. Naast de vraag of opleidingsniveau en creativiteit uberhaupt met elkaar te maken hebben en wat voor soort creativiteit we dan meten, is het ook de vraag of landen qua opleidingsniveau met elkaar te vergelijken zijn. Minister Bussemaker concludeerde in 2014 bijvoorbeeld dat “Mbo 4 in Nederland [soms vergelijkbaar is] met universitair onderwijs in de Verenigde Staten.” In Nederland valt het MBO (tot niveau 4) niet onder het ISCED 5-niveau, de universiteit in de VS wel. NRC checkte de uitspraak van Bussemaker en beoordeelde deze als grotendeels waar, maar sprak tegelijkertijd uit dat “het vergelijken van opleidingsniveaus tussen landen een verraderlijk moeras is”. Dit omdat het niveau van het onderwijs per land en onderwijsinstelling nogal verschilt.

Met dit in ons achterhoofd moet de uiteindelijk volgorde in deze lijst met enige voorzichtigheid worden bekeken: 1. Zuid Korea (100%), 2. VS (94%), 3. Finland (94%). Deze percentages lijken meer te zeggen over de manier waarop het onderwijssysteem is ingedeeld, dan over de kwaliteit van het onderwijs. Nederland staat overigens op plaats 20, het wordt echter niet duidelijk met hoeveel procent.

Nederland in Europa

Hoewel we het oneens kunnen zijn met de manier waarop de begrippen worden afgebakend, worden de verschillende landen wel allemaal op dezelfde manier en vanuit vanuit dezelfde opvattingen geanalyseerd. Het is daarom wel interessant toch eens te kijken naar de plek die Nederland ten opzichte van Europa inneemt. De cijfers in de rechter kolom in de afbeeldingen hieronder geeft de plek weer die het land wereldwijd inneemt

  • Technologie   | NL: #10 |

Gebaseerd op het investeringsniveau in onderzoek en ontwikkeling, plus het aantal octrooiaanvragen per hoofd van de bevolking.

Global Creativity Index Technology

  •  Talent              | NL: #7 |

Het percentage jongeren dat ingeschreven is bij een onderwijsinstelling (ISCED 5 tot 8) en het percentage van de beroepsbevolking dat deel uitmaakt van de ‘creative class’

Global Creativity Index Talent

  •  Tolerantie       | NL: #3 |

Gebaseerd op de mate waarin inwoners van dat land vinden dat hun land openstaat voor etnische minderheden en de mate waarin homoseksualiteit (LBGT) wordt geaccepteerd. 

Global Creativity Index Tolerance

Conclusie

Het gevaar van dit soort lijstjes is dat het een beeld geeft van een land, op basis van factoren die misschien niet goed te vergelijken zijn. Naast de eerder genoemde discussiepunten, zijn er nog wel meer te vinden. Wanneer een Topsector Creatieve Industrie stelt dat Nederland in 2020 de meeste creatieve industrie in Europa moet worden, doet zijn er goed aan aan te geven wat ze daar dan precies onder verstaat. En, vanuit welke visie en met welke parameters ze dat wil gaan meten. Alleen dan kunnen we echt bepalen of we in 2020 de meest creatieve economie van Europa zijn

You might also like

No Comments

Leave a Reply